‘Delen in plaats van wegkruipen bij negatieve gevoelens bracht vrijheid’

Tineke Mollema (39) is open over haar bipolaire kwetsbaarheid: zowel nationaal als internationaal zet ze zich in voor goede zorg en gelijke kansen voor mensen die psychisch lijden. ‘Het vuur van idealisme brandt in mij; ik wil de wereld een stukje mooier maken.’

Op een verregend stationsplein in Zwolle ontmoet ik Tineke. We werken samen bij Plusminus, dé Nederlandse vereniging voor mensen met een bipolaire aandoening en hun naasten, en staan aan de wieg van een project over (zelf)stigma. “Stigma is een label dat anderen, de samenleving of de media op je plakken gebaseerd op hun perceptie, zonder dat het per se de echte waarheid weerspiegelt”, vertelt ze. Veel leden van onze patiëntenvereniging krijgen er dagelijks mee te maken. In een reeks van meerdere gesprekken praten we erover, maar wie is Tineke en wat drijft haar? Daar ben ik eerst nieuwsgierig naar.

“Bij Plusminus ben ik bestuurslid Communicatie en Young, maar echt jong ben ik niet meer nu ik de 40 nader. Terugkijkend zou ik die jaren ook niet over willen doen, want tussen mijn zestiende en dertigste was mijn leven zwaar: ik worstelde met  terugkerende depressies, een laag zelfbeeld en suïcidale gedachten. De medicatie die de psychiater voorschreef hielp me erdoorheen, alleen het psychisch lijden veranderde niet, ook niet met het krijgen van de diagnose ‘bipolaire stoornis’ op mijn 26e.”

Faalangst

“Als kind en tiener was ik onzeker. Ik werd op school gepest vanwege mijn slechte rekenvaardigheden, later gediagnosticeerd als dyscalculie. De leraren dachten dat ik lui was: mijn ouders waren immers hoogopgeleid en mijn broers konden ook goed rekenen. Dit veroorzaakte bij mij faalangst, een gevoel van teleurstelling en een laag zelfbeeld. Het wakkert ook mijn huidige angsten aan. Zo kan ik me nu al zorgen maken over mijn aankomende sprekersrol op een congres in Washington. Deze faalangst gaat verder dan gezonde spanning en houdt me ’s nachts wakker.”

“Onverwerkte jeugdtrauma’s, zoals bij mij het pesten op school, blijken vaak triggers te zijn voor episodes, daar is in het  begin vanuit de ggz nauwelijks aandacht voor geweest. Het ontbrak aan diepgaande vragen naar de mogelijke oorzaken voor mijn depressies. Dit is een ervaring die ik deel met veel lotgenoten. Mijn faalangst – duidelijk verbonden met mijn verleden – heb ik onlangs met mijn psychiater besproken: ik wil eraan werken, het belemmert me.”

Acceptatie

“Om met bipolariteit te kunnen leven is naast kennis ook acceptatie nodig. Bij mijn eerste opname op de PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis) – ik was toen dertig – kwam ik er achter dat ik dit eigenlijk nog helemaal niet had gedaan. Dit inzicht was de ommekeer in mijn leven, voor het eerst sprak ik uit: ‘Ja, ik heb een bipolaire stoornis.’ Een traject van twee jaar intensieve therapie volgde. Daar heb ik mezelf echt leren kennen, en vooral geleerd hoe belangrijk het is om mijn emoties te voelen en te uiten. Voorheen lukte dat niet. Mijn tranen bleven weg, ik nam er afstand van, zelfs bij verdrietige gebeurtenissen, zoals een begrafenis. Ook kwam ik tot het inzicht dat ik al die tijd ontzettend eenzaam was geweest; ik deelde mijn innerlijke belevingen niet. Dit beperkte mijn gevoel van vrijheid en vergrootte juist mijn problemen. Delen, in plaats van wegkruipen bij negatieve gevoelens, bracht vrijheid.”

Vrijheid

“Vrijheid betekent voor mij – zeker gezien mijn verleden van onzekerheid en terugkerende depressies – doen wat je graag wil, voorbij angst, zonder anderen pijn te doen of te benadelen. Tegelijk klinkt dat tegenstrijdig omdat ik tijdens hypomane of manische periodes juist zelf weinig rekening hield met de ander, mijn partner. Ik overschreed zijn grenzen door mijn interne spanningen op hem af te reageren, lokte ruzies uit met vervelende opmerkingen en maakte van een mug een olifant, bijvoorbeeld als hij iets niet had gedaan, laten we zeggen ‘stofzuigen’, reageerde ik daar buiten proportie op. Dit gebeurde onbewust en illustreert goed de invloed van de ziekte, waarbij je zo in beslag genomen kunt worden door jezelf dat anderen er last van ondervinden.”

“Nu zou ik mezelf beschrijven als iemand die eindelijk haar balans heeft gevonden en die vanuit haar ervaring graag mensen helpt. Want, mijn interesse voor mensen zit diep. Dat bleek al in mijn kindertijd, uit de films die ik graag keek en de boeken die ik las: fantasie, kostuumdrama’s, romans en thrillers. Ik verplaatste me in de verhalen van die personages, die leefden in andere tijden met andere gebruiken, en zo ervaarde ik de verschillende perspectieven en motieven van waaruit zij dachten, handelden en keuzes maakten. Ook op de middelbare school bleek mijn nieuwsgierigheid en zorgzaamheid voor anderen; zo raakte ik bevriend met een groepje jongeren die Jehova’s getuigen waren en thuis heel strikt werden opgevoed. Ik luisterde graag naar hun geloofsopvattingen, en zij waardeerden het om bij mij thuis te komen, waar het wat vrijer was.”

Deze achtergrond is de basis voor wie ik ben en wat mij drijft. Het vuur van idealisme brandt in mij: ik wil de wereld een beetje mooier maken en in mijn werk voor Plusminus en GAMIAN (Global Alliance of Mental Illness Advocacy Network) kan ik daaraan bijdragen.”

Bipolariteit wordt gekenmerkt door terugkerende stemmingswisselingen en komt voor bij ongeveer 1,3% van de bevolking. Wanneer je 10 mensen met bipolariteit vraagt wat het is, dan krijg je zeer waarschijnlijk 10 verschillende antwoorden. Dat geldt ook voor de naasten van deze 10 fictieve personen. Toch zitten er in de antwoorden die worden gegeven een aantal overeenkomsten.

  • Stabiele perioden zonder klachten.
  • Periodes van opgewektheid (hypomaan) tot extreme energie (manische ontregeling).
  • Periodes van somberheid, variërend van mild tot extreem, genaamd depressie.

(Bron: Kennisbank platform BovenJan)