Zelfdoding, is het te voorkomen?

Een jaarlijkse week (4-10 september), waarin suïcidepreventie centraal staat, benadrukt dat zelfdoding niet alleen een persoonlijk probleem is, maar ook een collectieve verantwoordelijkheid. Op een dag in 2007 dacht ik ook dat ‘er niet meer zijn’ de enige oplossing was. Gelukkig wist ik aan de greep van mijn donkerte te ontsnappen. Toch blijf ik me nog steeds betrokken voelen bij het gesprek over zelfdoding en de gedachten die daarmee gepaard gaan. Mijn hart gaat dan ook uit naar de dappere mensen die hun verhalen delen, de campagnes die dit rauwe onderwerp onder de aandacht brengen en de fondsenwerfinitiatieven die deze inspanningen mogelijk maken.

Hier deel ik mijn ervaring, waarbij ik vooral stilsta bij het verlies van een dierbare vriend. Zijn leven eindigde niet direct door zelfdoding, maar wel door zelfdestructie, voortkomend uit een mix van trauma en verslaving. Het is pijnlijk om te beseffen dat sommige mensen zoveel verdriet met zich meedragen, waardoor ze zichzelf verdoven met middelen die hen uiteindelijk fataal kunnen worden.

Laten we samen een omgeving creëren waarin mensen zichzelf kunnen zijn, hun emoties begrijpen en accepteren, en minder druk voelen om aan externe verwachtingen te voldoen. ♥️

Engels prinsesje

“Hey, Engels prinsesje: hoe is ie nou?” Lees ik op mijn telefoon terwijl ik met mijn kop in de voorjaarszon in een open dubbeldeksbus door London rijd. Daar ben ik voor mijn werk. Tijdens de rit zuig ik alles op wat ik zie: de bruisende straten, de rode telefoonbooths en de weidse parken in fel groen. Mijn gedachten schieten terug naar zijn vraag. Een vraag waarvan ik de diepere laag direct snapte, want hij was er immers bij, ‘de week ervoor’.

Vanaf onze eerste ontmoeting wist ik dat er iets met hem was. Mike, mijn toenmalige partner had mij wel het een en ander over hem verteld. Maar bij die eerste kennismaking wist ik het ook. Er hing iets rond hem heen, en wat dat dan was, kon en kan ik nog steeds niet onder woorden brengen. Of misschien durfde ik dat niet, het zei namelijk ook zoveel over mij. Dat mijn vriend zijn beste vriend was, liet hij me goed merken. “Mike is mijn vriend “maak hem niet verdrietig” gromde hij me dikwijls toe: zonder aanleiding, toch accepteerde ik het, want hij was nu eenmaal Johny.

Overdaad bij alles: als we op een terrasje zaten, bestelde hij standaard een dubbele wodka met een glas melk, een chocomelk en een colaatje – en dat al in de eerste ronde, vroeg in de middag. Alles wat hij deed, was in your face. Hij had grootse verhalen, dolle grappen en aandoenlijke hebberijtjes en verzamelingen. Afspraken met hem verliepen chaotisch; hij was altijd gehaast, sprak in datzelfde tempo en bleef nooit lang hangen. Doordeweeks een van de beste stukadoors in de regio en in de weekenden – en ook steeds vaker doordeweeks – leefde hij het leven zonder grenzen en pleegde zo roofbouw op zijn lichaam.

Op een warme zomeravond gingen mijn vriend en ik spontaan, want plannen was voor Johny geen optie, op bezoek bij hem en zijn nieuwe vriendin. Ze woonden in een bungalowpark. Op onze blote voeten banjerden hij en ik het terrein over. Terug bij de anderen hadden we een feestje met zijn vieren in het gras. We lachten, dansten, slikten pilletjes en de vrienden vertelden elkaar sterke verhalen. Uit het niets keek Johny mij aan en zei: “Natalie, jij kan zoveel beter dan dit” – en op dat moment begreep ik dat hij ook mijn vriend was.

‘De week ervoor’. Totaal ontheemd en niet bewust van waar ik was werd ik die maandag 26 maart 2007 wakker in het ziekenhuis. Het voelde vredig, alsof ik wakker werd uit een droom waar alles fijn was. Op het opnameformulier stond: auto intoxicatie, in spreektaal ‘zelfvergiftiging’. De eerste die ik zag van de vier mensen naast mijn bed was Johny. “Ben jij ook hier?” – vroeg ik hem met een big smile. Hij keek en glimlachte terug maar antwoordde niet. Hoe het zover heeft kunnen komen, vraag je je misschien af? Op dat moment – de nacht ervoor – was dat logisch voor mij. Ik was moe, heel moe. Dat diepe verdriet was er weer, het had me nooit verlaten. Het diepe en donkere van mezelf. Het diepe en donkere van de ander. Het diepe en donkere van de wereld. Ik was er klaar mee, dacht ik.

Is het niet ironisch? Op een dag in augustus, twee jaar later, waren de rollen omgekeerd. Nu bezocht ik hem in het ziekenhuis. Hij was al langer ziek; zijn nieren functioneerden niet meer en praten deed hij ook niet. Zo kende ik hem ook: de momenten dat hij stil naar binnen gekeerd was, zullen me altijd bijblijven. In zijn blik zag ik dan zijn angsten, conflicten en diepe verdriet weerspiegeld. Maar die dag keek hij vredig, alsof hij wakker droomde over een plek waar alles fijn was. Johny zwaaide, en nog een allerlaatste keer keken wij elkaar aan.

R.I.P. bijzonder mens, blije engel.

Natalie

*Uit respect voor mijn overleden vriend en zijn nabestaanden heb ik fictieve namen gebruikt in dit verhaal.