De dag begint al slecht omdat ik wist waarvoor ik was opgestaan. Niet zomaar een kutmaandag zoals ik de eerste dag na het weekend wel vaker ervaarde. En een ‘Manic Monday’ waarover Susanna Hoffs van de Bangles zingt is het ook niet, want dat is de dag die chaotisch en gejaagd verloopt. Zoals wanneer je onder een ladder doorloopt en je daarna moet uitwijken voor naar beneden vallende verfemmers en de zwarte kat die je pad kruist ‘miauw’. Nee, op deze maandag is mijn pech niet spontaan maar gepland. Het is 1 november 1999. De dag die mijn leven voorgoed zou veranderen, maar op wat voor manier wist ik toen nog niet.

Lopend naar de kliniek voel ik mij alleen en ik ben ook alleen. Ik had er zo lang mogelijk over nagedacht, dit moest ik doen. In de wachtruimte zitten nog een aantal vrouwen. Zij komen daar ook om hun kindjes te doden of om een eerste gesprek te hebben. Dat had ik ook. En in dat kwartier kon ik de arts – zo verstandig en overtuigend als dat ik kan klinken – vertellen waarom ik ervoor koos. En zij was het met mij eens: ik had dit kindje niks te bieden.

Zo lief en ontstaan in een prachtig land. Ik hield van je papa en wilde zijn vrouw worden, en samen nog een kind krijgen. Een zusje voor jou. Want al denk ik dat je een jongen was, als meisje had ik je Lola genoemd. Een naam die voor mij symbool staat voor vrij en ongeremd spelen. Hoe moet je nu heten? Je krijgt geen naam. Je wordt niet geboren. Het mocht niet zo zijn. Of eerlijk gezegd je mama en je papa hebben niet voor jou gekozen lieve jongen. Ik kan niet verder met het idee dat jij niet terug zal komen. God – ‘lees vooral verder als je jeuk krijgt van dit woord’ – geef mij alsjeblieft een keer mijn zoon terug. Vergeef mij. Nu lijkt het alsof U hem weghaalt terwijl ik niet voor hem kan zorgen. Als ik dat wel kan, mag hij dan terugkomen? Dezelfde ziel. Het maakt dan niet uit dat hij een andere papa heeft, die zal wel voor hem kiezen. God, hoe moet ik toch verder met dit verdriet en al deze gedachten?

Abortus zie ik niet als moord. Ik schrijf hier mijn gedachten en woorden die ik toen in 1999 ervaarde. Ik vind het belangrijk dat iedere vrouw – samen met een man als dat van toepassing is – kan kiezen voor abortus als haar situatie daar naar is. En dat bepaalt ze zelf. Ondanks dat ik veel verdriet had, dit jaren heb meegedragen en nog wel eens voel, was mijn keuze de juiste keuze. En het woord ‘God’ waarnaar ik verwijs in de brief naar mijn niet geboren kindje, neem dat niet letterlijk: ik ben niet religieus wel spiritueel. God is voor mij de bron van waaruit alles is en altijd zal zijn: puur bewustzijn, liefde, licht. Niet mannelijk, niet vrouwelijk en zeker niet straffend. In die tijd was ik 22 en richtte mij daarom tot God vanuit de context die ik toen kende.

Over abortus zijn uiteenlopende meningen. Net zoals een appel geen peer is, staan de meningen erover vaak loodrecht tegenover elkaar, je bent voor of je bent tegen. Wat maakt toch dat wij mensen ons het recht toe-eigenen om überhaupt te oordelen over zo’n persoonlijk besluit? Dat bedenk je niet even tijdens het tandenpoetsen ofzo. De redenen van vrouwen om een abortus te ondergaan zijn uiteenlopend en ga er maar vanuit dat dieperliggende levenservaringen een rol spelen. Mijn verhaal deel ik omdat ik ervoor kies om voorbij schaamte, schuld en stigma te leven. Ik geloof dat we er meer aan hebben als we met een open hart met elkaar omgaan. In plaats van een peer of een appel standpunt in te nemen, kies voor begrip en biedt troost.  

Dit was de kutste maandag van mijn leven.

Natalie

(Foto zelfportret @Fotovakschool)